|
De zorgvraag van ouderen die in een verzorgingshuis wonen wordt mede bepaald door hun culturele achtergrond. In verzorgingshuis Raffy wonen zowel Molukse als Indische ouderen. Raffy maakt zich sterk om voor beide groepen een zo goed mogelijk zorg, gesneden op de eigen achtergronden en cultuur, te bieden. Aangezien ze beiden uit het voormalig Nederlands-Indië afkomstig zijn, mag het duidelijk zijn dat deze ouderen veel gemeenschappelijk hebben, maar er zijn uiteraard ook verschillen te benoemen. Aspecten van de Indische en de Molukse cultuur die van invloed zijn op de zorgverlening, de dienstverlening en de huisvesting. Als we spreken over dé cultuur van de mensen die afkomstig zijn uit het voormalig Nederlands-Indië moeten we ons realiseren dat er sprake is van een grote verscheidenheid binnen deze gemeenschap, zowel wat betreft het verleden en de ervaringen in de oorlog als wat betreft hun oorsprong en godsdienst.Het voormalig Nederlands-Indië was een grote archipel met heel veel grotere en kleinere eilanden, elk met zijn eigen gewoonten en gebruiken.Er is dus allerminst sprake van één homogene groep. Desalniettemin mag gerust gesteld worden dat deze ouderen veel gemeenschappelijk hebben.
In deze zijn er een aantal aspecten die de aandacht trekken:
- De taal die men spreekt
- het voedsel dat men eet
- de voorliefde die men heeft voor gezamenlijk eten
- de gastvrijheid die men tentoon spreidt
- het grote aantal sociale contacten dat men heeft (waarbij overigens tevens voldoende ruimte is voor privacy)
- de behoefte aan huiselijkheid
- het respect dat men heeft voor de levenservaring en levenswijsheid van ouderen
- de band die men heeft met de natuur
- de spiritualiteit
- de hoge mate van lichamelijke hygiëne
- de bescheidenheid en het vrijwel ontbreken van assertiviteit
- de eigen wijze van communiceren
- de specifieke omgangsvormen en de sterke band die men heeft met het verleden.
Van groot belang zijn de gezins- en familiebanden. Niet alleen de relatie met het gezin is belangrijk maar ook de relatie met de omringende familie en schoonfamilie. Deze saamhorigheid uit zich heel duidelijk bij het gezamenlijk op een intense manier beleven van verjaardagen, bruiloften, religie, uitvaarten, herdenkingen en andere ingrijpende gebeurtenissen.
Wat allen gemeen hebben is het vertrek uit Indonesië en de kille ontvangst in Nederland. Een proces dat zich in de jaren vijftig heeft afgespeeld. Het opnieuw moeten opbouwen van een thuis, een toekomst en het trachten te verkrijgen van een betrekking om te kunnen voorzien in levensonderhoud.
Een specifieke groep die in ongeveer dezelfde periode naar Nederland gekomen is zijn de Molukkers. Een homogene groep waarvan een groot deel nog steeds in de ‘eigen’ wijken woont en weinig geïntegreerd is in de Nederlandse samenleving. Daar Raffy een specifieke verantwoordelijkheid heeft voor de zorg voor Molukse ouderen en omdat in de Molukse cultuur sprake is van een aantal aspecten die beslist van invloed zijn op het zorg- en dienstenpakket worden deze onderstaand expliciet aan de orde gesteld.
De geschiedenis, met name de manier waarop men in Nederland gekomen is. De Molukkers, in 1951 ongeveer 4.000 KNIL-militairen met hun gezinnen (in totaal 12.000 mensen), waren op dienstbevel naar Nederland overgebracht en in kampen gehuisvest. Er werd op dat moment vanuit gegaan dat dit verblijf van tijdelijke aard zou zijn. Vervolgens bleek de Nederlandse regering niet bij machte iets aan de verbetering van hun positie in Nederland te doen. Dit heeft een belangrijke rol gespeeld bij de veelal moeizaam verlopende integratie van, met name, de 1ste generatie Molukkers in de Nederlandse samenleving. Onder andere als gevolg hiervan zijn de Molukkers minder westers georiënteerd en leiden vaak nog een heel traditioneel leven. Men heeft over het algemeen een sterk verlangen terug te keren naar de Molukken.
De structuur van de Molukse samenleving. De Molukse samenleving is georganiseerd volgens een structuur die heel bepalend is en van wezenlijk belang is in het leven van de Molukkers. De Molukkers leven gezamenlijk in wijken waarin wijkraden en kerken een grote invloed hebben op de dagelijkse gang van zaken. Daarbij is er sprake van een dwingende zelforganisatie met betrekking tot mantelzorg, ouderenwerk, veiligheid, religie etc. Met name met betrekking tot religie is er sprake van een gezamenlijke sterke beleving, waarbij sprake is van hechte relaties per kerk. Dit uit zich niet alleen in een sterke betrokkenheid met elkaar, maar ook in de wijze van rouwen etc. Uiteraard is het van belang dat de medewerkers van Raffy ingespeeld zijn op deze structuur van de Molukse samenleving. Aangezien er wel eens problemen spelen tussen de verschillende zelforganisaties en de wijken/groepen is het echter lang niet altijd makkelijk hier een eenduidig beleid op te maken.
De hechte verwantschapssystemen en de plichten die dit met zich meebrengt. In Molukse kringen is er sprake van hechte verwantschapssystemen. Deze zijn gebaseerd op de matah-rumah en masohi-gedachte. De betrokkenheid op elkaar met de daarbij behorende zorg is heel groot, er is sprake van zeer intensieve mantelzorg. Men zal primair steun en zorg toekennen in eigen kring. De zorg voor ouders of oudere ooms en tantes gebeurt vanuit de Molukse plicht om voor de ouderen te zorgen. Dit alles brengt een grote sociale controle met zich mee en er is vaak sprake van schuldgevoelens indien niet aan de plichten voldaan kan worden. |